Over het werk In eerste instantie lijkt voor het werk van Hilde Groen helemaal geen klei gebruikt te zijn. De met oxiden bewerkte huid wekt eerder de schijn van gietijzer of gebarsten leer. Toch is het juist de strijd van klei en vuur waar Hilde zich graag mee bezig houdt. Het vaktechnische gedeelte, dat onlosmakelijk verbonden is met keramiek, vormt een gedeelte van de uitdaging. Bij het uitvoeren van haar werk begeeft ze zich op lastig terrein. Ze probeert dingen te maken die bijna onmogelijk te vervaardigen zijn van klei en tart daarmee de wetten van breekbaarheid. “Voor mij blijft het verstenen van zo’n plastisch materiaal als klei een klein wonder. Het liefst laat ik zien hoe plooibaar die klei eerst was. Door met grove gescheurde stukken te werken probeer ik het materiaal in zijn pure vorm te laten zien. Ik houd van de huid van klei, zo getint door het vuur en veelal zonder glazuren. Gecombineerd met hout, ijzer of geoxideerd koper ontstaat er een natuurlijk geheel waarvan je niet meer kunt raden uit welke tijd het komt.” In haar werkplaats bij de duinen ontstaan op die manier nieuwe prehistorische vondsten en meer dan levensgrote honden en mensachtigen, elk met hun eigen karakteristieke uitstraling. |